Hoe bedenk je een goede, pakkende, beste titel voor je boek?

Hoe kies je een goede, pakkende titel voor je boek?

Terwijl je je boek schrijft, hoef je nog geen titel te hebben voor je boek. Vaak werken schrijvers met een ‘werktitel’; een tijdelijke titel die totaan de definitieve titel gehanteerd wordt. Het kan namelijk best even duren voordat je als schrijver een goede en pakkende titel bedacht hebt.

1. Haal de titel uit je boek

Een goede boektitel heeft natuurlijk iets met je boek te maken. Het kan een zin, een woord, een locatie (denk aan Jungle Book), een naam (denk aan Harry Potter), een uitspraak of een thema (denk aan Het smelt van Lize Spit) zijn die belangrijk is. Het liefst prikkelt het, maakt het nieuwsgierig en vertelt het iets over je verhaal.

Zo koos ik de titel van mijn debuut en volgende roman:

De titel van mijn debuut ‘Niemand zoals hij‘ refereert aan het liedje ‘M’n opa‘ van Annie M.G. Schmidt over een kleindochter-oparelatie. Ik begon met de simpele werktitel ‘Opa in Japan’, veranderde dat twee jaar later naar ‘In heel Europa is er niemand zoals hij’, maar dat was te lang, en uiteindelijk werd het: ‘Niemand zoals hij’.

De titel van mijn tweede boek ‘De geur van een moeder‘ stond toevallig als zinnetje in de tekst en elke keer dat ik het las dacht ik: dit is het. Ook sprak het tot de verbeelding, want iedereen kan zich er iets bij voorstellen. Het duurde zeker 1,5 jaar totdat ik deze titel vond. De eerdere werktitel was ‘Twee keer woordwaarde’, waarmee lezers waarschijnlijk minder (en minder sterke) associaties hebben.

2. Doe inspiratie op voor je boektitel

  • Kijk naar je favoriete schrijvers (in hetzelfde genre als jij schrijft) en hun boektitels;
  • Probeer erachter te komen wáárom ze voor de titels hebben gekozen;
  • Er zijn ook boektiteltrends zoals een paar jaar geleden een heleboel boeken verschenen met ‘Het meisje xx’ door het succes van ‘Het meisje in de trein’. Ook werken boektitels met ‘Fuck’ tegenwoordig heel goed. Maar trends ápen na, en jij wilt waarschijnlijk origineel zijn, dus trek je er niet teveel van aan.

3. Google of het niet al gebruikt wordt

Uniek zijn is fijn. Niet alleen wordt je boek dan niet verward met andere boeken, maar ook sta je als enige bovenaan Google met de titel.

4. Houd een paar boektitel-regels in gedachten

Er zijn weinig regels, maar je hoopt natuurlijk dat een titel:

  • iets vertelt over het verhaal;
  • nieuwsgierig maakt;
  • lekker klinkt;
  • niet zo gênant is dat iemand er niet mee in de trein durft te zitten;
  • niet verkeerd begrepen wordt (óf juist wel – als dat voor je werkt);
  • niet al te lang is zodat het mooi op je boek past in een groot lettertype (dat ook op televisie goed gelezen kan worden, mocht het ooit zo ver komen). Natuurlijk zijn regels er ook om gebroken te worden, denk aan: ‘De honderdjarige man die uit het raam klom en verdween’

5. Maak een lijstje met mogelijke titels voor je boek

Een titel is het eerste wat je leest van een boek; het is niet het eerste dat een schrijver schrijft. Een boek schrijven is een gigantisch project. Je kunt onzeker worden bij het schrijven én moet een heel plot uitdenken. Terwijl je hier maanden of jaren aan werkt, kun je titels die je bedenkt en waarover je twijfelt opschrijven. Het uiteindelijke lijstje kun je voorleggen aan proeflezers.

Bij mijn allereerste boek (dat nooit is uitgegeven) had ik en lijstje met mogelijke titels. Ik ben daar echt voor gaan zitten (en had al een lijstje met een paar titels) en deed een brainstorm met mezelf. Ik maakte een gedachtenweb met alle woorden en thema’s waaraan ik dacht en titels die daarbij pasten. Ik liet het lijstje van twintig titels daarna rusten (dit is een manier om opnieuw kritisch naar je tekst te kijken) en koos na twee maanden de beste vijf. Deze legde ik voor aan een groepje van acht mensen.

Toch denk ik, dat jij als schrijver, echt wel aanvoelt welke titel bij jouw boek past! Als je er nou nog niet uitkomt, vond ik ook een leuke Wikihow over hoe je een titel kan bedenken.