schrijven vanuit perspectief dier of object is antropomorfisme

Schrijven vanuit perspectief dier of object: antropomorfisme

Je kunt schrijven vanuit een niet-menselijk perspectief: dier, voorwerp of god. Het toekennen van menselijke eigenschappen, gedachten, emoties of intenties is een neiging die antropomorfisme wordt genoemd. Zo noem ik mijn robotstofzuiger ‘Freddy’, alsof het een man is die schoonmaakt.

Antropomorfisme?
Onze mensenhersenen zijn getraind in het begrijpen van andermans intenties, gedachten en gevoelens (dit heet in psychologie ‘Theory of mind‘). Bij voorspellen of proberen te begrijpen van dierlijk gedrag (of dat van objecten) gebruiken we dezelfde delen in onze hersenen, als wanneer we dit voor mensen doen. Zelfs als we rationeel weten dat dieren anders in elkaar steken.

Antropomorfisme kunnen we inzetten om als schrijvers boeken over dieren, objecten of goden te schrijven.

Antropomorfisme in boeken

  • Animal Farm, George Orwell: dit fantastische boek is een verhaal over macht en hoe macht werkt.
  • Waterschapsheuvel, Richard Adams: dit verhaal gaat over een groep konijnen, die in harmonie wil samenleven op een fijne, veilige plek. ‘Nog een blaadje sla?’ is mijn lievelingszin.
  • Circe, Madeline Miller: een Griekse hertelling, vooral een verhaal over de godenwereld vanuit het perspectief van Circe.

Tips voor schrijven vanuit een object of dier

  • Verschillende types van jouw perspectief: Stel je voor dat je een verhaal schrijft vanuit een lamp. Dan heeft een bureaulamp (denk aan Toy Story) vast een ander perspectief dan een felle lamp in de badkamer. Ze maken namelijk beiden andere dingen mee. Stel je schrijft over honden: dan moet je ook weten wat voor type hond, wat de dingen zijn die het een hond maakt en wat het karakter van het beestje is.
  • Vertel-perspectief: het kan lastig zijn om vanuit een ik-perspectief je perspectief geloofwaardig te maken. Wat afstand kan helpen je verhaal geloofwaardig te makendoor middel van een alwetende verteller of schrijven vanuit derde persoon. Je kunt erachter komen welk perspectief het beste werkt door een scène in verschillende perspectieven op te schrijven. Dan merk je snel genoeg welke beter werkt.
  • Menselijke eigenschappen en regels van jouw wereld: welke mensenlijke eigenschappen heeft jouw object wél en welke niet? De bureaulamp van Toy Story kan zich verplaatsen door te springen. Welke vrijheden hebben jouw objecten of dieren? En welke limitaties hebben ze?
  • Vocabulaire: de konijnen in Waterschapsheuvel kunnen maar tot vier tellen. Alles vanaf vijf en hoger noemen ze ‘Hrair’ (veel). Ook hebben ze een speciaal werkwoord voor ‘boven de grond gras eten’ en weten ze het verschil niet tussen een auto en een grasmaaier – alles is een machine. Een beetje zoals wij Nederlanders veel woorden hebben voor regen, hebben de konijnen ook een eigen woordenschat. Op die manier moet je nadenken over je perspectief. Wat maakt jouw dier of object veel mee? Wat wordt begrepen en wat niet? Ook kun je ervoor kiezen om andere zinsopbouw of juist kortere zinnen te maken vanuit je perspectief. Of misschien een bepaald accent.
  • Communiceren: het is eenvoudiger als mensen niet met je niet-menselijke personages praten. Als je schrijft vanuit het perspectief van honden, is het geloofwaardiger als die alleen met honden praten. Bij Toy Story praat het speelgoed bijvoorbeeld ook alleen met elkaar.
  • Gedrag: Hoe meer je weet als schrijver, hoe geloofwaardiger je perspectief wordt. Verdiep je daarom in het gedrag van dieren of in het in elkaar steken en bewegen van je object. Jij moet de expert worden!

mastersheet tool software plot personage proeflezers