Waar begin je bij redigeren? Van groot naar klein! Redacteur, corrector, persklaarmaker, uitgeverij

Redigeren boek: wat ik leerde dankzij uitgeverij en redacteur

Ik leerde veel van uitgeverij Ambo|Anthos. Een van de belangrijkste dingen is dat je bij het redigeren van een manuscript van groot naar klein werkt. Waarom? Zodat je geen tijd verspilt aan spelfouten in zinnen die je nog gaat verwijderen. Als je al vroeg aan spelfouten begint te sleutelen, én daarna nog het hele plot omgooit en een personage verwijdert, kan het best zo zijn dat die spelfout allang uit de tekst is.

Hieronder splits ik het redactie- en herschrijfproces uit van groot naar klein. Zodat jij jezelf slim kunt redigeren.

Redactie- en herschrijffase 1: groot

In deze fase ben ik zelf veel aan het schrijven en puzzelen. Mijn vaste redacteur leest ook af en toe mee, maar corrigeert niet op kleine spelfouten of details: daar gaat het nog niet om. Bij mij duurt deze fase vaak 1,5 jaar.

  • Structuur: bij mijn beide boeken kwam ik er bij de eerste versie achter dat ik de volgorde van vertellen wilde veranderen. Hoe ik het verhaal had gecreëerd, was niet de beste manier om het verhaal te vertellen.
    1. Van synchroon naar a-synchroom: in Niemand zoals hij had ik twee hoofdpersonages. In de eerste versie liepen hun verhaallijnen synchroon, maar dat heb ik los gelaten. Daardoor kon ik de spanningsboog verbeteren en het plot versterken. Het kostte me een heleboel moed (hierom doet schrappen pijn) en drie maanden aan fulltime herschrijfwerk.
    2. Van grote flashbacks naar alles chronologisch: in mijn tweede boek, De geur van een moeder, had ik in de eerste versie grote flashbacks naar het verleden om het heden uit te leggen. Doordat die flashbacks belangrijk waren, maar pas later gegeven werden, kon je je als lezer niet goed meeleven. In de nieuwe versie begon ik daarom juist met de flashbacks (de jeugd van het personage). De lezer werd hierdoor direct betrokken. Dit kostte me ook een heleboel moed én zes maanden herschrijfwerk.
    3. Perspectief en tijd: je kunt ook twijfelen aan je perspectief en erachter komen dat je verhaal vanuit derde persoon naar eerste persoon herschreven moet worden. Het kan ook zijn dat je de verteltijd wilt veranderen. Dat je het in verleden tijd hebt geschreven, maar dat je verhaal juist gedijt bij een actieve tegenwoordige tijd.
  • Personage(s):
    • Hoofdpersonage: werkt deze nu voor je verhaal- of zou het beter zijn als deze een ander verleden had of bijvoorbeeld ander gedrag? Moet je hoofdpersonage op sommige plekken aangescherpt? Is zijn of haar denken wel consequent?
    • Hoeveelheid personages: zijn er personages die je kunt weglaten zonder dat dat het verhaal in de war schopt, verwijder deze dan.

Redactie- en herschrijffase 2: middelgroot

Het ‘skelet’ staat nu. Bij de uitgeverij leest er vaak een bureauredacteur mee. Dit is een nieuwe lezer die ook naar grote dingen kijkt, maar die vooral middelgrote problemen ziet. Deze fase duurt bij mij een half jaar tot een jaar.

  • Hoofdstuk- en scèneniveau: als je op dit niveau gaat redigeren dan kijk je of hoofdstukken en scènes doen wat ze moeten doen. Ik stel mezelf vaak de volgende vragen:
    • Leer je meer over het personage of gaat de plot vooruit? Nee? Is deze scène dan nodig?
    • Kan deze scène korter of strakker – wat kan eruit?
    • Is er ergens een vergelijkbare scène en kan die samengevoegd (soms zitten ideeën dubbel in je verhaal)?
    • Staat deze scène op de juiste plek in het verhaal? Of moet die eerder of later?
    • Moeten juist deze personages in de scène een rol hebben? Of past een ander personage beter?
    • Je kunt ook proeflezers gebruiken om vragen aan jou te stellen.
  • Meer vertellen dan zomaar iets zeggen: soms typ je snel een woord of zin om door te kunnen. Misschien ben je op dat moment bezig met de plot neerzetten of leer je je personage nog kennen. Later, als je er ruimte voor hebt in je hoofd, kun je opnieuw nadenken of een haastig uitgekozen woord of uitspraak wel past.

    Bijvoorbeeld: ‘hij zei’, zegt minder dan ‘hij schreeuwde’, en misschien past die laatste beter in je scène. Soms kun je woorden op die manier aanscherpen, door echt na te denken of er niet iets méér verteld moet worden (of minder, dat kan ook). Ik gebruik in mijn ‘snelle’ versie vaak uitspraken of gezegdes die ik later in mijn eigen woorden uitschrijf.
  • Leesbaarheid: Leesbaarheid heeft onder meer te maken met woordvolgorde en ritme. Soms heb je last van te veel passieve zinnen, of gebruik je hetzelfde woord te vaak in een korte alinea. In deze fase kun je je tekst hardop gaan nalezen. Dan hoor je vaak snel genoeg of de zin lekker loopt.
  • Afstand: hierna laat ik mijn tekst vaak een tijd liggen of ga ik op andere manieren herlezen om een frisse blik te krijgen.

Redactie- en herschrijffase 3: klein

Bij de uitgeverij komt er een persklaarmaakronde. Hierin wordt er (door een freelance) persklaarmaakredacteur opnieuw gekeken of het allemaal lekker leest. Deze redacteur kan grote wijzigingen doorgeven, maar zal vooral op middelgrote en kleine wijzigen aansturen. Als deze ronde voorbij is, wordt het tijd voor een zetproef. Daarna volgt een correctieronde om de allerlaatste foutjes uit de tekst te halen. Deze fase kan binnen een paar maanden klaar zijn.

  • Punten, komma’s en spelfouten: Als spelfouten je grootste probleem zijn, wil ik je feliciteren, want dan ben je er bijna! Pas in de laatste maanden voordat een boek in de winkel verschijnt ga je hiermee écht aan de slag. Dan ga je je ‘inner taalnazi’ aanzetten én alle komma’s, inspringingen, aanhalingstekens en spelfouten fixen. Vaak ook samen met een redacteur.
  • Zetproef: Staat alles mooi op de pagina? Kunnen sommige dingen beter cursief geschreven of moet er niet één woordje uit zodat het hele boek één bladzijde korter wordt? Dit is voor mij als schrijver vaak een ronde die ver van me afstaat, maar die wel voor een lezer toch impact heeft.

Kortom: werk van groot naar klein. Voor de rest is ieder boek, iedere schrijver en elk proces anders. Dit is slechts een voorbeeld ter inspiratie.

Wil je je hersenen optimaal inzetten als je herschrijft?

  • Leer waarom creativiteit en je innerlijke redacteur niet samen gaan
  • Leer redigeren volgens het model van een Nobelprijswinnaar
  • + gratis schrijftool 👇

✔️ No-nonsense ebook voor beginnende schrijver.
✔️ Unieke kennis over schrijfgewoonte, leer je hersens optimaal gebruiken m.b.v. een Nobelprijswinnaar en andere theorieën.
✔️ Inclusief schrijftool Mastersheet ✨ voor o.a. plot-, proefpersoon- en personagemanagement.

137 pagina’s, 10 jaar schrijfervaring en wetenschappelijke kennis in één boek. NU: 50% lanceringskorting!

Je leert het belangrijkste om een boek te schrijven: een schrijfgewoonte opbouwen. Je denkt je plot uit en schept personages. Wanneer je herschrijft weet jij straks hoe je je hersenen optimaal gebruikt en welke werkwijze uitgeverijen hanteren. Met de schrijftool organiseer je alles: van to do’s tot proeflezers.

HANDBOEK + SCHRIJFTOOL✍️ Je boek schrijven & schrijver worden